Sterke toename bastknobbels in korte tijd

In 2008, 2009 en 2010 heeft Bomenwacht Nederland circa 2.600 bomen op het terrein van de Universiteit Utrecht gecontroleerd op de aanwezigheid van bastknobbels. In relatief korte tijd blijkt deze aantasting zich sterk te hebben uitgebreid.

De zogenoemde nulmeting in 2008 wees uit dat bij gemiddeld 10 procent van de bomen bastknobbels aanwezig waren. Wat toen al opviel, was dat bomen met een gladde bast sterker waren aangetast dan bomen met een ruwe bast. Zo werden op linden en vleugelnoten veel meer bastknobbels waargenomen dan op populieren en platanen. Ook werd duidelijk dat de knobbels weinig specifiek zijn bij het ‘uitzoeken’ van hun gastheer. Het blijkt niet uit te maken of de boom in de halfwas- of volwasfase verkeert of een goede of slechte conditie heeft. Ook de standplaats van de bomen maakt geen verschil.

Tijdens de tweede meting, in de zomer van 2009, bleken er bastknobbels aanwezig te zijn bij gemiddeld 22 procent van de bomen. In 2010 was dit percentage verder gestegen naar 30 procent, een verdrievoudiging ten opzichte van de nulmeting. Linden (in totaal 519 stuks) en vleugelnoten (in totaal 382 stuks) bleken net als in 2008 het meest te zijn aangetast. Bij de vleugelnoten steeg het percentage aangetaste bomen naar 66 procent, bij de linden zelfs naar 76 procent. Sceptici die zeggen dat de knobbels altijd al aanwezig waren, zullen hun mening nu toch moeten bijstellen.

In eerdere onderzoeken van Wageningen UR is vastgesteld dat de oorzaak van de bastknobbels moet worden gezocht in een externe factor. De aantasting zou dus ontstaan door een invloed van buitenaf. Wat zou er nu voor zorgen dat de toename in korte tijd zó groot is? Wat kan er veranderd zijn in de maatschappij? Moeten we er rekening mee houden dat binnen afzienbare tijd álle bomen bezet zijn met bastknobbels? Dergelijke vragen zijn interessant, en de antwoorden zijn natuurlijk nog interessanter. Behalve monitoring is gedegen onderzoek dus gewenst.

Terug