"Het liefst zou ik een bunker slopen"

Anton Dekker, uitvoerder Bomen en Bossen bij de gemeente Apeldoorn, is een nieuwsgierig man. Of het nu gaat om strooizout, gebreksverschijnselen of regenwormen, hij wil precies weten wat de invloed is op bomen. Daarom heeft hij, samen met de vakspecialist Henk Pannekoek, de afgelopen jaren tal van onderzoeken verricht. Met soms opmerkelijke uitkomsten.

Om goed onderzoek te kunnen doen bij bomen, is een onderzoeksgroep nodig waarvan de groeiplaatsomstandigheden vergelijkbaar en beheersbaar zijn. Die randvoorwaarde is juist in Apeldoorn in relatief ruime mate beschikbaar. “Sinds de jaren negentig worden hier voor vrijwel alle nieuwe plantplaatsen in de hoofdstructuur zelfvoorzienende constructies aangelegd”, legt Dekker uit. “Voor deze zogenoemde boombunkers gebruiken we, afhankelijk van de situatie, diverse groeiplaatsconstructies. Van kunststof damwanden tot de nieuwste krattenconstructies uit Amerika.” Wie een wandeling maakt door het centrum van Apeldoorn ziet dan ook op tal van plaatsen grote roosters in de verharding, met in het midden een boom. Onder deze roosters bevinden zich grote betonnen bakken met een op bestelling leverbaar groeimedium. “Hierin zitten in principe alle voedingsstoffen die een boom nodig heeft. Voor de vochtvoorziening infiltreren we relatief schoon hemelwater afkomstig van voet- en fietspaden”.

Strooizout

De manier waarop men in Apeldoorn bezig is met groeiplaatsconstructies wordt door velen met belangstelling gevolgd. Ook buiten onze landsgrenzen, tot in Australië toe. En omdat er zoveel groeiplaatsfactoren bekend zijn, bieden de constructies een ideale mogelijkheid voor onderzoek. Bijvoorbeeld naar de invloed van strooizout op bomen. “Omdat we weten hoe vaak ergens wordt gestrooid, kunnen we nauwkeurig berekenen hoeveel gram zout er per vierkante meter wordt gebruikt. Je weet dus precies hoeveel kilo zout via het smeltwater in de bunker wordt geïnfiltreerd. Vervolgens hebben we de onderzoeksbomen verdeeld in drie groepen. De ene groep werd twee keer gespoeld met water, de andere een keer en de laatste groep helemaal niet.”
Het resultaat was opmerkelijk. De bomen bleken, gespoeld of niet, amper last te hebben van het zout. “De boom kan het hebben, zout spoelt veel sneller uit de bodem dan ik had verwacht. Mits de bodem maar niet te zeer verdicht is”, concludeert Henk Pannekoek. “En dat is dus gelijk het probleem. Tot eind jaren tachtig werden veel bomen geplant in bomenzand. Dit bracht echter een hoge verdichting met zich mee, waardoor het zout zich in de bodem ophoopte. Als ik al zoutschades tegenkom, dan is dat bijna altijd het gevolg van opspattend zout water. Meestal binnen anderhalve meter van de rijbaan, maar door harde wind soms ook verder van de weg”. Uit de resultaten bleek dat er bij de eiken, essen en acacia’s amper sprake was van een probleem, bij deze bomen is het onderzoek naar de invloed van strooizout inmiddels beëindigd.

Regenwormen

Sinds de beëindiging van het strooizoutonderzoek richt de aandacht van Dekker en Pannekoek zich echter op bemestingsproeven. Dekker: “In principe bevat zo’n bunker alles wat een boom gedurende zijn hele levenscyclus nodig heeft. Er kan echter wel een tekort aan stikstof ontstaan omdat de bladeren vrijwel allemaal worden opgeruimd. Daarmee onderbreek je de stikstofkringloop. Afgelopen voorjaar hebben we daarom diverse bemestingsproeven gedaan. Zo is onder meer, via de spuitlansmethode, lucht ingeblazen en organische stof geïnjecteerd. Ook hebben we bij sommige bomen regenwormen toegevoegd. Zij kunnen van het aanwezige organische materiaal weer hapklare brokken maken voor de boom. Bovendien veranderen ze door hun slijmlaag de structuur van de bodem. De diverse onderzoeksgroepen worden de komende tijd weer uitgebreid in de gaten gehouden. Mochten er verschillen optreden, dan zullen we bodemmonsters nemen om te kijken welke verschillen er zijn ontstaan ten opzichte van de analyses die we in het kader van het strooizoutonderzoek hebben laten doen”.

Slopen

Dekker en Pannekoek zijn gepast trots op het feit dat de gemeente Apeldoorn toonaangevend is op het gebied van boombunkers. Dekker: “Maar het liefst zou ik een keertje een bunker helemaal slopen om te kijken wat zich daarbinnen nou precies heeft afgespeeld.” Gezien de bezuinigingen waarvoor ook de gemeente Apeldoorn zich gesteld ziet, is de kans echter klein dat die nieuwsgierigheid op korte termijn bevredigd wordt.
 

Terug naar de nieuwsbrief