Spannend jaar voor essen(scheut)sterfte
Essensterfte werd pas vorig jaar voor het eerst officieel vastgesteld in Nederland. Jelle Hiemstra deed echter een kwart eeuw geleden als student al oriënterend onderzoek naar essensterfte in Nederland*. Vervolgonderzoek wees uit dat een schimmel (verticillium) de veroorzaker was, waarna de ziekte werd omgedoopt in verwelkingsziekte**. “En nu is er dus weer een ziekte die sterfte bij essen veroorzaakt en is bij gebrek aan beter opnieuw voor de term essensterfte gekozen”, lacht Hiemstra.
Bij het huidige onderzoek is Hiemstra niet rechtstreeks betrokken, “maar ik ben de essen sinds mijn promotieonderzoek wel altijd blijven volgen. Het is toch een beetje waar het voor mij allemaal mee begonnen is.” Hiemstra deed zijn onderzoek destijds bij de Wageningen universiteit (WUR) en is hieraan nog steeds verbonden via de kennisinstelling Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO). Hij constateert dat, behalve de naam, ook veel symptomen van de huidige ziekte overeenkomen met de ziekte waarnaar hij destijds onderzoek deed. “Verwelken van het blad en jonge scheuten, afsterven van uitlopers, en vroegtijdige bladval zijn allemaal symptomen die zowel door Verticillium als door de huidige aantasting worden veroorzaakt. Belangrijk verschil is wel dat veel essen van Verticillium herstellen.”
Symptomen
Symptomen die wel karakteristiek zijn voor de (huidige) essensterfte, zijn verkleuringen en het afsterven van de bast, in combinatie met het afsterven van scheuten en een chronisch proces van langzaam verder achteruitgaan van de boom. Essensterfte, internationaal bekend als ‘ash dieback’, wordt veroorzaakt door de schimmel Chalara fraxinea. Deze schimmel tast Fraxinus excelsior (gewone es) en Fraxinus angustifolia (smalbladige es) aan. Uiterlijke kenmerken zijn daarbij onvoldoende om met zekerheid te kunnen stellen dat een boom besmet is. Een definitieve diagnose kan alleen worden gesteld met behulp van laboratoriumonderzoek. Of door af te wachten, want jonge essen leggen na aantasting vrij snel het loodje en oudere essen gaan er, soms na een paar jaar kwijnen, eveneens vaak aan onderdoor.
Doorbraak
Ook de ziekte zelf lijkt lange tijd een kwijnend bestaan te hebben geleid. Terwijl begin jaren negentig al grote aantallen essen in het oosten van Polen stierven, duurde het tot na de eeuwwisseling alvorens essensterfte haar grote doorbraak beleefde. Inmiddels heeft de ziekte in alle hevigheid toegeslagen. In België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Letland, Litouwen, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Slovenië, Zweden en Zwitserland zijn besmettingen vastgesteld. In sommige landen, zoals Denemarken, is zelfs al een groot deel van het bestand aangetast en verwacht men dat de es goeddeels uit het straat- en bosbeeld zal verdwijnen. Ook andere landen melden aanzienlijke sterfte in essenbestanden of op kwekerijen. “Als ik het goed heb wordt de aantasting formeel nu overigens aangeduid als essenscheutsterfte. Als we dat allemaal doen raken we die verwarrende kreet essensterfte misschien weer kwijt”, vertelt Hiemstra.
Resistentie
Volgens Hiemstra’s collega Fons van Kuik valt er weinig tegen de ziekte te doen. De onderzoeker gewasziekte bij PPO Boomkwekerijen constateert dat de ziekte snel om zich heen grijpt. Alle reden dus voor meer onderzoek. “Zoals wel vaker gebeurt, werd eerst ontkend dat er iets aan de hand was, vervolgens werd gezegd dat het allemaal wel meeviel, maar inmiddels lijkt er een breed besef dat er wel degelijk behoorlijk wat aan de hand is en onderzoek zinvol zou zijn. Daarom hebben we samen met Jitze Kopinga van CGN/Alterra een onderzoeksaanvraag ingediend bij het Productschap Tuinbouw, dat de boomkwekerijen vertegenwoordigd. Ik hoop in maart van dit jaar het groene licht te krijgen. We zullen met ons onderzoek dan aansluiten bij onderzoeksprojecten die al lopen in Denemarken en Duitsland. Die houden we nu ook al in de gaten, maar je komt pas echt aan tafel als je zelf ook iets in te brengen hebt.”
Kwekerijen
De kans dat de onderzoeksaanvraag wordt gehonoreerd is groot. Niet in de laatste plaats omdat keurmeesters van Naktuinbouw (Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw ) afgelopen jaar op kwekerijen met Fraxinus bij zowel zaailingen als bomen, symptomen hebben gevonden van essen(scheut)sterfte. “Opvallend is dat het meestal gaat om planten die verspreid op het perceel staan”, zei keurmeester Wim van Liere daarover onlangs op de jaarvergadering van de Cultuurgroep van bos- en haagplantsoenkwekers. Het expertisecentrum heeft nog geen direct verband gevonden tussen de aantastingen en het door bedrijven gebruikte uitgangsmateriaal. De keurings- en inspectiedienst (tevens onderzoeksinstelling op het gebied van rassen, ziekten en plagen) beraadt zich momenteel op de keuringsnorm, de keuringsaanpak en maatregelen die komend seizoen genomen moeten worden.
Voorzichtig
“Ik ben voorzichtig met voorspellingen over het aantal essen dat uiteindelijk besmet zal raken en het sterftepercentage”, vertelt Van Kuik. “Ik heb afgelopen zomer wel heel wat essen gezien die er slecht bij stonden. Ik vermoed omdat ze aangetast zijn door Chalara fraxinea, maar het zou natuurlijk ook te maken kunnen hebben gehad met het extreem droge voorjaar. Het wordt wat dat betreft dus een spannend jaar. Er staan nogal wat essen langs provinciale wegen. Als die aangetast raken en takken gaan uitbreken, dan hebben we een behoorlijk probleem.”
De enige remedie is resistentie, maar tot nog toe is er geen enkele soort aangetroffen die volledig resistent is. Boombeheerders doen er daarom goed aan nu alvast te bedenken hoe ze met massale sterfte bij essen zullen omgaan.
* Essensterfte in Nederland : een oriënterend onderzoek, J.A. Hiemstra. Bosbouwvoorlichting nr. 6 oktober 1987.
** Verticillium wilt of fraxinus excelsior. Jelle A. Hiemstra, proefschrift Landbouwuniversiteit Wageningen, 1995.
Terug naar de nieuwsbrief